Wat en hoe over wijn

Wijn wordt alleen gemaakt van druiven.

Wat is wijn?

“Wijn is een drank, die door alcoholische vergisting is verkregen uit en geen andere bestanddelen bevat dan die, afkomstig van het sap van druiven, alsmede de drank, die met toepassing van bijzonder technische bewerkingen of met toevoeging van andere bestanddelen is verkregen uit bovengenoemd bedoeld sap, voor zover deze toepassing of toevoeging in het land van oorsprong van zodanige drank bij de bereiding daarvan gebruikelijk is”. (artikel 1 Drank- en Horecawet)

Met andere woorden: wijn wordt alleen gemaakt van druiven.
Andere vruchten die op dezelfde manier zijn geproduceerd mogen dan ook geen wijn heten.

De wijnstok

De druiven waarvan nu wijn wordt gemaakt, komen van de Vitis vinifera.  Deze soortaanduiding is afkomstig van het Latijnse “vinum” (wijn) en “fer” (dragend).
Het is een van de veertien geslachten van de Vitaceae, ofwel wingerdachtigen.

Geschiedenis in vogelvlucht

Uit het tweede millenium voor Christus komt het vroeg-Griekse woord “woinos”.

In het latere klassiek Grieks werd het “oinos” omdat de letter “w” in het Grieks niet meer werd gebruikt. Dit woord kwam in Italië terecht, waar de Etrusken het vervormden maar de Romeinen dit uiteindelijk  als “vinum” over hebben genomen. In veel huidige Europese talen zijn uit dit Latijnse woord afleidingen ontstaan zoals; vin, vinho, wine, Wein, wijn en VINO!!!! 

De wijnbouw in Italië ontstond dus al lang geleden en op grond van opgravingen verondersteld men dat er wijnbouw 5000-4000 voor Christus op zelfs systematische wijze plaatsvond. Allereerste vondsten waren in Georgië en Armenië; oude pitten van de Vitis vinifera sativa. De wilde wijnstok, Vitis vinifera silvestris komt hier nog voor. Ook nu wordt hier op traditionele manier wijn gemaakt. Complete trossen gaan in een groot aardewerken vaas, de kvevri en wordt vervolgens ingegraven. Het voorjaar erop wordt deze zware wijn rechtstreeks uit de vaas gedronken. Wat wij  tegenwoordig noemen de “orange wines”.

In de Kaukasus zijn in zilver gewikkelde stukjes wijnstok gevonden. Dit gebied wordt ook beschouwd als de bakermat van de wijnbouw. Klimatologisch waren de omstandigheden hier goed; warme zomers, niet te veel vorst in de winter en regelmatig regen. Verspreiding vanuit de Kaukasus ging via het oosten ( Arabië, Perzië), zuidwesten (Syrië, Egypte) en het westen (Turkije). In Syrië vond men een wijnpers van rond 4000 voor Christus.

In Egypte leerde Osiris (god van doden, aarde en vegetatie) de Egyptenaren hoe men brood en wijn moesten maken. Door de schaarste en het onverklaarbare alcoholisch effect werd deze dan ook een godendrank genoemd. De wijnstok reisde mee met onder andere de Egyptenaren naar de  Griekse eilanden en het Griekse vasteland. Zij werden een van de belangrijkste wijnproducenten tussen 2000 vóór en 1500 na Christus en hiermee begon de wijnbouw in West- en Zuid-Europa. Het drinken van wijn was een dagelijkse bezigheid in Griekenland. Volgens de geschiedschrijver Thucydides onderscheidde het maken van wijn de mens van de barbaar. Overigens dronken zij het wel aangelengd met water; pure wijn was onbeschaafd(!).

Uiteindelijk kwamen de Grieken is Sicilië en Zuid-Italië, ongeveer 800-600 voor Christus. Zuid -Italië kreeg de Griekse bijnaam “Oinotria”: wijnstokland. Afgeleid van het woord “oinotron” wat stok of paal betekent. Ze hadden hier de wijnstokken dus al mooi op orde. In Toscane en Umbrië waren de Etrusken degene die voor verspreiding van de wijnbouw zorgden. De Grieken hebben dan wel gezorgd dat de basis is gelegd voor de wijnbouw in het Middellandse Zeegebied, het waren de Romeinen die de wijnbouw verder hebben ontwikkeld. Het zou enkele eeuwen duren voordat het een gangbare drank werd. Het was hier ook een exclusieve godendrank en werd alleen op feestdagen gedronken. De Romeinen namen de Griekse wijngod Dionysus over maar onder de Romeinse naam Bacchus. Inmiddels waren de Griekse wijngaarden helemaal overgenomen door de Romeinen, alsmede ook de gewoonten. Hierdoor was het drinken van wijn bij de broodmaaltijd al heel gewoon! Wijngaarden werden verder in Italië aangelegd. Veel families bezaten een privéwijngaard en de wijnhandel werd winstgevend. Wijn was nu echt een onderdeel van het dagelijks leven. Geleidelijk zorgde de Romeinen tijdens de overheersing voor verspreiding van de wijnbouw in Frankrijk. Na Julius Caesar, eerste eeuw voor Christus, bleven de Romeinen veroveren en overheersen. Leuke (wijn)verwijzingen naar die tijd: “Juliénas” in de Beaujolais verwijst naar Julius Caesar en “Vosne Romanée” een verbastering van voie romaine wat Romeinse weg betekent. 

De vijfde eeuw na Christus werd wijn ook gezien als het bloed van Christus en daarmee een belangrijk onderdeel van de eredienst. Goed voor de ontwikkeling van de wijngaarden omdat wijn hiermee een grote rol van betekenis was.

De wijnbouw kreeg vanaf de negende eeuw een enorme impuls: de kloosterorden hadden vaak grote gaarden in beheer met verbeterde wijnbouw- en vinificatietechnieken. Karel de Grote, die een groot wijnliefhebber was, zorgde voor modernisering. Na de val van het Romeinse Rijk was er in Italië geen gezag , een lange tijd welke heeft geduurd tot  de stichting van het koninkrijk Italië in 1864.  Dit heeft de wijngaarden helaas geen goed gedaan. De technieken verbeterde tussen 1500 en 1900. In deze tijd ontdekte men ook Sauternes, port en de Tokaj. De ontdekking en ontwikkeling van de glazen fles  en de natuurkurk was in de 17e eeuw van groot belang voor het vervoer en het bewaren van wijn. Vanaf begin 18e eeuw konden wijnen langer worden bewaard mits onder de goede omstandigheden. Maar ook Louis Pasteur (1822-1895) heeft een rol van betekenis gespeeld in scheikundige processen die alcoholische gisting mogelijk maakt. Ook onderzocht hij glycerol, wijnsteenzuur, azijnzuurbacteriën (azijnsteek) en invloed van zuurstof. Zelf bezat hij een eigen wijngaard in Arbois, Jura. Kwaliteitswijnen zoals wij nu kennen begon pas in de 19e eeuw. Was 200 jaar hiervoor wijn een drank voor de welgestelde, was het een drank voor elke bevolkingsklasse. Vooral in Spanje en Italië! Helaas kwam in de tweede helft van de 19e  eeuw, vanaf 1863, een einde aan dit feest.

De opkomst van de druifluis- phylloxera vastatrix- was desastreus. Deze “luis” vreet de wortelstok aan waardoor de stok sap verliest en door de beschadiging niet in staat is vocht en mineralen op te nemen. Binnen enkele jaren verwoestte dit beestje grote delen van de wijngaarden in heel Europa. De in zand gewortelde stokken hadden wel kans te overleven omdat de luis hier niet gedijt. Maar dit waren niet veel plekken. Daarom zijn originele stokken een zeldzaamheid in Europa, de rest is geënt op Amerikaanse stokken welke resistent zijn voor deze “luis”.

Kwaliteitsindeling van Italiaanse wijnen

Wanneer op het etket “Vino” of “Vino d’Italia”  staat vermeld, gaat het om generieke tafelwijnen waarbij er geen vermelding is van enig geografische herkomst, een oogstjaar ofeen druivenras. Deze wijn kan dan ook uit alle delen van Italë komen. Eerder noemde men deze wijnen ook “Vino di Tavola”. Dit zegt overigens niet altijd iets over de kwaliteit, aangezien hier ook gedeclassifiseerde DOC(G) wijnen tussen zitten die erg goed kunnen zijn. Dan bestaat er de categorie “Cepagewijn”. Hier wordt het gebruikte druivenras en oogstjaar vermeld op het etiket, maar geen geografische herkomst. Ook hier kan deze wijn uit heel Italië komen. Vervolgens komt de categorie IGP  -Indicazione Geografica Protetta- (voorheen IGT Indicazione Geografica Tipica).  Dit zijn wijnen met een specifieke beschermde geografische herkomstaanduiding, zoals Umbria, Toscana, Salento of Terre di Chieti. Ook de naam van het druivenras en het oogstjaar mogen op het etiket worden vermeld.
De wijn moet voor 85% afkomstig zijn uit het afkomstige gebied. Deze categorie die sinds 1992 bestaat en 118 IGP’s heeft, mag niet uitkomen onder de namen van (sub)zones die voor de DOC(G) wijnen worden gebruikt. Als laatste bestaat er de DOP categorie -Denominazione di Origine Protetta. In het Nederlands de Beschermde Oorsprongs Benaming. kortweg BOB genoemd. Deze DOP wordt in Italië onderverdeeld in de DOC en DOCG.

DOC: Denominazione di Origine Controllata zijn wijnen met een gecontroleerde herkomstbenaming. In 2017 stonden er 334 DOC’s geregistreerd. Wanneer de DOC -wijn vijf jaar ondermaats presteert dan vervalt de status DOC en zal deze degraderen deze tot een IGP. Heeft een DOC wijn daarentegen minimaal vijf jaar goede resultaten dan kan deze promoveren tot een DOCG wijn.

DOCG: Denominazione di Origine Controllta e Garantita is het  allerhoogste kwaliteitsniveau in Italië. De eisen die betrekking hebben op herkomst, opbrengst, alcoholpercentage, zuren enzovoorts zijn het strengst en gegarandeerd. De wijnen worden zowel tijdens de productie als wanneer de wijn gerijpt en gebotteld is getest. Dit middels chemische en proef technische analyse wordt gekeken  naar zuren, suikers en polyfenolen en of de wijn karakteristieken specifiek voor de betreffende wijn heeft ontwikkeld en goed in balans is. Pas na vijf jaar een DOC status te hebben gehad, kun je hier aanspraak op maken.

Helaas is in praktijk deze garantie voor wat betreft kwaliteit niet waterdicht omdat er ook wijnen onder vallen die uit economisch, cultureel of historisch perspectief deze status hebben verworven. In 2016 telde het aantal DOCG wijnen 74 stuks. Zowel DOC-wijn als DOCG-wijnen  bezitten allen een kwaliteitszegel met nummering, waarvan de DOC blauw is en de DOCG bruin.

Neem contact op

Vragen over wijn? Neem Vrijblijvend contact met ons op.

BEZOEK ONS

Est! Est!! Est!!!

Muntstraat 5

8605 CJ  Sneek

NEEM CONTACT OP

06 42855586

info@wijnwinkelsneek.nl

OPENINGSTIJDEN

Donderdag van 12:00 tot 18:00

Vrijdag van 12:00 tot 18:00

Zaterdag van 12:00 tot 17:30

Koopzondag van 14:00 tot 17:00